Aardingsmaterialen
Belang van aarding
De aarding zorgt ervoor dat, als een dier de afrastering raakt, het circuit gesloten wordt / de stroom door het dier stroomt. Hierdoor ontstaat het "schrikeffect" dat u graag wilt zien.
Voor een optimale werking van de schrikdraadinstallatie is een goede aarding daarom onontbeerlijk. De aarding moet zodanig zijn dat er een hele lage weerstand aanwezig is, lager dan 100 Ohm. Optimaal is een koperen of verkoperde aardpen met een diameter van ca. 20 mm, die in verbinding staat met het laagste grondwaterpeil. Dit is echter op veel plaatsen niet realiseerbaar. Om de optimale aarding te benaderen is het daarom aan te bevelen om minimaal twee aardpennen van een meter parallel met elkaar te verbinden, met drie tot zes meter tussenafstand.
Als u het maximale uit uw apparatuur wilt halen, dan is de aarding van cruciaal belang. Zonder aarding kan de installatie nooit goed werken.
Test:
1. Meet op uw aardpen de spanning met een voltmeter. Steek daarvoor op ca. 1 meter van de aardpen de referentie van de voltmeter in de grond. Deze gemeten spanning mag niet hoger zijn dan 300 Volt.
2. Meet vervolgens met de voltmeter of er, op minimaal 100 meter van de aarding, meer dan 3.000 Volt spanning op uw afrastering staat. Ook hier steekt u de referentie van de voltmeter in de grond.
3. Zorg dat er op dit meetpunt kortsluiting gemaakt wordt, door de spanningsdraad te verbinden met aarde, bijvoorbeeld door er een geleidende (ijzeren/aluminium)paal tegen aan te zetten.
4. Meet in deze toestand opnieuw de spanning op uw aarding. Bedraagt deze meer dan 300 Volt, dan is de aarding onvoldoende en moet u meer aardpennen installeren voor het optimaliseren van uw elektrische afrastering.
5. Na het aanbrengen van meer aardpennen, voert u de test nogmaals uit.
